|
Verklaring der plaat
Nicolaas Chevalier, Bal masqué te Utrecht op 10 oktober 1713, 1714. Kopergravure, 26 X 17,5 cm. Het Utrechts
Archief, H.A. S13.27
De hugenoot Nicolas Chevalier berichtte in de jaren 1710-1713 in zijn eigen krant Journal d’Utrecht en in diverse gelegenheidspublicaties over de Utrechtse vredesonderhandelingen. Chevalier was zelf woonachtig in Utrecht, waar hij lange tijd actief was als boekverkoper, drukker, medailleur, maar ook als verzamelaar van rariteiten. Zijn ‘Chambre de Raretez’ in de Domstad werd internationaal geroemd. De verzameling was zo breed als het interessegebied van de Fransman zelf en bevatte niet alleen medailles en antieke beeldjes, maar ook mechanische instrumenten, geamputeerde ledematen van mummies en vreemde insecten.
Voor de grote feesten die diplomaten omstreeks 1713 in Utrecht organiseerden, vervaardigde Chevalier in opdracht uitvoerige feestbeschrijvingen, die hij niet alleen zelf schreef en liet drukken, maar tevens illustreerde. Dat we hier niet met een Utrechtse Romeyn de Hooghe te maken hebben, moge blijken uit het dilettantische karakter van de gravure uit 1713. De prent is vervaardigd naar aanleiding van een bal masqué dat een lid van de Spaanse gezantschap, de hertog van Ossuna, op 10 oktober 1713 organiseerde in het Duitse Huis aan de Springweg. De geboorte van prins Ferdinand van Castilië (de latere Ferdinand VI) vormde de aanleiding voor het feest. Op de prent zien we een geïllumineerde zaal met tafels en piramides, voorzien van allerlei lekkernijen, met aan weerszijden verlekkerde toeschouwers, in het midden de gasten en rechts vier muzikanten. Geheel achter zien we de entree naar de tweede zaal, waar het bal zelf plaatsvond.
De prent is bijzonder, omdat het een van de weinige afbeeldingen is van een achttiende-eeuws maskeradefeest in de Republiek. Bovendien toont het in combinatie met de feestbeschrijving interessante details over de kostuums van de gemaskerden. Behalve de commedia dell’arte figuren op de voorgrond, vinden we bij de letter B een als koerier geklede figuur, met tussen zijn tanden een papier met een regel uit Virgilius’ Bucolica. Midden rechts zien we een man die is verkleed als astroloog, met op zijn mouw de naam Endymion: de jonge herder die door Zeus in eeuwige slaap wordt gesust om zijn onsterfelijkheid, schoonheid en jeugd te behouden, zodat de maangodin Selene hem heimelijk kan kussen. De man wijst naar een tekst van Vergilius die op zijn hoed geborduurd is (vrij vertaald): ‘Wanneer de sterren gaan slapen, is het de rust die men moet zoeken.’ Het lijken nu misschien (ook met de obligate knipoog) tamelijk slaapverwekkende teksten, maar de astroloog wist hiermee niettemin, althans als we de chroniqueur mogen geloven, de vrouwelijke gasten op het feest bijzonder te vermaken.
Het is jammer dat Chevalier zijn graveerkunsten niet gebruikt heeft om nog andere meer spectaculaire kostuums aan de lezer te tonen. Hij beperkte zich tot kostuums die konden dienen om zijn belezenheid en kennis van de klassieken aan het internationale publiek ten toon te spreiden. Zo heeft hij het vleermuispak van ene ‘Heer Emanuel’, waaraan hij slechts vier woorden besteedt, niet afgebeeld. Zonder verwijzingen naar Vergilius op zijn vleermuisvleugels gespeld, nodigde het pak, hoe extravagant het misschien ook geweest moge zijn, kennelijk niet uit tot een meer uitvoerige beschrijving.
Kornee van der Haven
Literatuur
Nicolas Chevalier, Relation des fetes, que son excellence monseigneur le duc d’Ossone a données au sujet de la naissance
du prince Ferdinand de Castille, le Lundi 9. d’Octobre 1713, et le jour de naissance de Sa Majesté Catholique
Philippe V, roi d’Espagne etc. etc. etc., le 21. de Decembre 1713 (Utrecht 1714).
J. Fransen, Les comédiens français en Hollande au XVIIe et au XVIIIe siècle (Paris 1925) 240-243.
J.J. Manne, ‘Nicolaas Chevalier (1661-1720). Boekhandelaar, uitgever, handelaar in munten en verzamelaar
van oudheden en rariteiten’, Utrechtse biografieën 3 (1996) 35-39.
|