Verklaring der plaat
P. van de Wal,
Collegium Musicum Si Vox est Canta,
wapenboek van het Arnhemse muziekcollege, Rijksarchief Gelderland
De legendarische dichter-zanger Orpheus in herders gewaad, zijn staf met hoed in het gras gestoken, vogels fladderend om zijn hoofd, een leeuw aan zijn voeten, geheel mak door de betovering van het lierspel en stemgeluid. Dit toepasselijk embleem, geschilderd door de verder onbekende kunstenaar P. van de Wal, siert een van de twee wapenboeken uit de jaren 1663-1793 waarmee de leden van het Arnhemse muziekcollege zich hebben laten vereeuwigen. Si Vox est Canta, sinds 1778 Santa Caecilia geheten, bestond al sinds 1591 en behoort daarmee tot de oudste muziekgenootschappen van Europa. De wapens zelf getuigen vooral van de voornaamheid van de leden. Slechts een enkeling als de heer H. Tulleken liet zich verleiden tot een wapenspreuk over muziek: Ubicunque harmonia, ordo et proportio sunt, ibi symphonia est - overal waar harmonie, orde en evenredigheid aanwezig zijn, daar is symphonie.
Het zou mooi zijn geweest als het muziekcollege even zorgvuldig zijn muzikale oefensessies en openbare concerten in beeld had laten brengen. Gelukkig geven de archiefstukken allerlei tot de verbeelding sprekende details. Zoals de partijen oesters die jaarlijks vanuit Amsterdam naar Arnhem werden verscheept voor het souper op het Sint Caecilia-feest. Een aantekening uit 1776 vermeldt dat er 2000 stuks werden besteld, niet gering voor een ledental dat steeds fluctueerde rond de twintig. Nu mocht men wel vrienden meenemen naar dit feest, en misschien werd er ook gerekend op het stadsbestuur dat de jaarrekening voor verwarming en licht betaalde, en het bestuur van het Sint Catharina-gasthuis dat de ruimte ter beschikking stelde, maar dan nog. Belangrijker zijn hier natuurlijk de gegevens over de muzikale smaak en praktijk. Bijvoorbeeld dat het college in 1785 de muziekstukken van Geminiani, Locatelli, Vivaldi en tijdgenoten als ‘verouderd’ uit de eigen muziekbibliotheek verwijderde om ruimte te maken voor de eigentijdse muziek van Boccherini, Haydn, Pleyel en minder bekende componisten. En over de veelal buitenlandse, professionele musici die werden aangetrokken voor de openbare concerten. Opvallend veel zangeressen met Italiaanse namen en musici uit de bij Arnhem ingekwartierde Duitse regimenten.
Een diepe inzinking omstreeks 1795 – een dramatisch laag ledenaantal, Franse militairen die de bibliotheek leegroofden en het klavier in stukken sloegen, de concertruimte bezet door zieke militairen – kwam het muziekcollege wonderbaarlijk snel te boven. Dat het ledenaantal in 1805 al naar 33, in 1810 zelfs naar 94 was gestegen zal zeker te maken hebben gehad met moderniserende maatregelen. De dure feesten werden afgeschaft zodat er meer geld besteed kon worden aan muziek en er werden ‘damesconcerten’ ingevoerd.
E. Koolhaas-Grosfeld
Literatuur
J. W. Staats Evers, Het St. Caecilia-concert te Arnhem, opgerigt in 1591, uit het archief beschreven, Arnhem 1874.
|