Verklaring der plaat
‘De jongens zien de poppekast’ schreef de Amsterdammer Jacob de Vos (1774-1844) boven een van vele tekeningen waarin hij de dagelijkse belevenissen van zijn jonge kinderen vereeuwigde. Van januari 1803 tot oktober 1809 tekende en schreef hij acht dagboekjes vol, soms dagelijks maar soms ook met grote tussenpozen. Deze tekening is van begin 1805. De jonge vader heeft zichzelf getekend met Jacob junior die nog niet kan lopen en daarom een valhoedje op moet. Zorgzaam schuift hij met één voet een stoofje onder de te korte beentjes. Willem en Gerrit, zes en vijf jaar oud, kijken geboeid naar de privé-voorstelling op de stoep voor hun statige huis aan de Keizersgracht.
De geborgen kinderwereld aan deze zijde van het hoge raam met de elegante gordijnen staat in schril contrast met het marginale bestaan van de poppenkastspeler aan de andere kant. Van het soort leven dat hij leidde kunnen we ons een voorstelling maken dankzij het zeer lezenswaardige boek van John McCormick en Bennie Pratasik, Popular puppet theatre in Europe, 1800-1914. Waren armoede en een rondtrekkend leven op zichzelf al genoeg om de verdenking van misdaad op zich te laden, zo kort na de revolutietijd kwam daar nog bij dat juist de poppenkastspeler gemeden werd uit angst voor opruiende taal en politieke satire, want hij trok doorgaans het allerarmste publiek. Door middel van vergunningen en bewijzen van goed gedrag probeerden de stedelijke autoriteiten het ‘theater der armen’ onder controle te houden. Voor zover bewaard in stadsarchieven her en der in Europa leveren deze papieren nu de bouwstof voor waardevol cultuurhistorisch onderzoek als dat van McCormick en Pratasik.
Jacob de Vos vond zijn kinderen niet te goed voor volks vermaak. Op een ander dagboekblad zien we de twee oudsten samen met de meid buiten voor de poppenkast staan. Weer een andere tekening laat zien hoe kleine Gerrit met een hoge kruk over zijn hoofd de poppekastspeler nadoet en zegt: ‘Mijnheer! Zal de poppenkast speelen.’
Eveline Koolhaas-Grosfeld
Literatuur: J.
McCormick en B. Pratasik, Popular puppet theatre in Europe, 1800-1914
(Cambridge 1998). E.A. Koolhaas-Grosfeld, Vader & zoons. Jacob de Vos
Wzn. en de getekende dagboekjes voor zijn kinderen (Hilversum 2001).
|