Verklaring der plaat

Cornelis de Bruijn (ca. 1652-1727), Samojeedse tent van binnen te zien ‘Den 13 der maent begaf ik my weder naer de Samojeden, die ik verlaten had. Daar gekomen tekende ik eene hunner tenten van binnen, die aen beide zyden open geslagen was, om des te beter daer in te kunnen zien. Dus nedergezeten had ik eener myner vrienden ter slinker, en drie vrouwen ter rechter zyde nevens my, waer van eene het wiegje naer myn behagen vast hielt, in tegenwoordigheit van eenen der mannen, gelyk wy dat op No. 6 vertoonen.’
Deze plaat numero 6 is een van de driehonderd afbeeldingen in de Reizen over Moskovie, door Persie en Indie [...], in 1711 in eigen beheer uitgegeven door de Haagse kunstenaar Cornelis de Bruijn. Het was zijn tweede reisboek. In 1698 was zijn reis door Klein Asia verschenen, versierd met tweehonderd prenten. De Bruijn had van jongs af aan een ‘onverzettelijke neiging om uitheemsche gewesten te zien’, vertelt de kunstenaarsbiograaf Johan van Gool. Zijn ambitie was om niets anders te schrijven en te tekenen dan hij met eigen ogen zag. Vandaar ook zijn aanwezigheid , links op deze plaat, om het waarheidsgehalte van zijn verslag van dit bezoek aan de Samojeten te onderstrepen.
Missen we de vriend die links naast hem had gezeten? De Bruijn laat weten waarom. Zoals iedereen kan zien ligt achterin de tent een stapel rendierhuiden, die de Samojeden gebruiken om onder te slapen. Dit gaat broeien en geweldig stinken. Voeg hierbij de stank van het stuk rauw vlees dat op de voorgrond ligt te rotten, de lucht uit de kookpot waarin darmen en ingewanden van beesten zonder zout liggen te sudderen en de geur die mensen zelf verspreiden, en men begrijpt dat de vriend van misselijkheid ijlings de tent uit was gevlucht. De kunstenaar hield hij zich staande met de uit voorzorg meegebrachte brandewijn en de pijptabak.
Vergeleken bij De Bruijns levendige verteltrant zijn de etnografische afbeeldingen nogal stijf en tam. Hij had meer talent voor het vastleggen van stadsgezichten. Nog steeds waardevol zijn de tekeningen die hij maakte van de oude overblijfselen van Persepolis, waar hij drie maanden verbleef. Deze reis duurde al met al zeven jaar, van 1701 tot 1708. Weer thuis in Den Haag stelde De Bruijn de meegebrachte tekeningen aan liefhebbers ten toon voordat ze in prent werden gebracht.

Eveline Koolhaas-Grosfeld

Literatuur: K. Hannema, Cornelis de Bruijn. Reizen over Moskovie. Een Hollandse schilder ontmoet tsaar Peter de Grote, Amsterdam 1996. Zie ook: J. W. Drijver e.a. (red.), “Ik hadde de nieusgierigheid.” De reizen door het Nabije Oosten van Cornelis de Bruijn (ca. 1652-1727), Leiden/Leuven 1997

Startpagina

Contact

Disclaimer