Verklaring der plaat
‘Den 13 der maent begaf ik my weder naer de Samojeden, die ik verlaten had. Daar gekomen
tekende ik eene hunner tenten van binnen, die aen beide zyden open geslagen was,
om des te beter daer in te kunnen zien. Dus nedergezeten had ik eener myner vrienden
ter slinker, en drie vrouwen ter rechter zyde nevens my, waer van eene het wiegje naer
myn behagen vast hielt, in tegenwoordigheit van eenen der mannen, gelyk wy dat op No.
6 vertoonen.’
Deze plaat numero 6 is een van de driehonderd afbeeldingen in de Reizen over Moskovie, door
Persie en Indie [...], in 1711 in eigen beheer uitgegeven door de Haagse kunstenaar Cornelis
de Bruijn. Het was zijn tweede reisboek. In 1698 was zijn reis door Klein Asia verschenen,
versierd met tweehonderd prenten. De Bruijn had van jongs af aan een ‘onverzettelijke
neiging om uitheemsche gewesten te zien’, vertelt de kunstenaarsbiograaf Johan van
Gool. Zijn ambitie was om niets anders te schrijven en te tekenen dan hij met eigen ogen
zag. Vandaar ook zijn aanwezigheid , links op deze plaat, om het waarheidsgehalte van
zijn verslag van dit bezoek aan de Samojeten te onderstrepen.
Missen we de vriend die links naast hem had gezeten? De Bruijn laat weten waarom.
Zoals iedereen kan zien ligt achterin de tent een stapel rendierhuiden, die de Samojeden
gebruiken om onder te slapen. Dit gaat broeien en geweldig stinken. Voeg hierbij de
stank van het stuk rauw vlees dat op de voorgrond ligt te rotten, de lucht uit de kookpot
waarin darmen en ingewanden van beesten zonder zout liggen te sudderen en de geur
die mensen zelf verspreiden, en men begrijpt dat de vriend van misselijkheid ijlings de
tent uit was gevlucht. De kunstenaar hield hij zich staande met de uit voorzorg meegebrachte
brandewijn en de pijptabak.
Vergeleken bij De Bruijns levendige verteltrant zijn de etnografische afbeeldingen
nogal stijf en tam. Hij had meer talent voor het vastleggen van stadsgezichten. Nog
steeds waardevol zijn de tekeningen die hij maakte van de oude overblijfselen van Persepolis,
waar hij drie maanden verbleef. Deze reis duurde al met al zeven jaar, van 1701 tot
1708. Weer thuis in Den Haag stelde De Bruijn de meegebrachte tekeningen aan liefhebbers
ten toon voordat ze in prent werden gebracht.
Eveline Koolhaas-Grosfeld
Literatuur: K.
Hannema, Cornelis de Bruijn. Reizen over Moskovie. Een Hollandse schilder
ontmoet tsaar Peter de Grote, Amsterdam 1996. Zie ook: J. W. Drijver
e.a. (red.), “Ik hadde de nieusgierigheid.” De reizen door het Nabije
Oosten van Cornelis de Bruijn (ca. 1652-1727), Leiden/Leuven 1997
|