De Achttiende Eeuw 34 (2002)
nr. 1
Suzan van Dijk en Alicia C. Montoya, 'Madame Leprince de Beaumont, Mademoiselle Bonne en hun Nederlandse lezers’
Simon Vuyk, 'Twee vrouwen over vaderland en voorzienigheid: Lucretia Wilhelmina van Merken (1721-1789) en Margareta Geertruid van der Werken (1734-na 1796)’
Paul Pelckmans, 'Madame de Graffigny: profiel van een achttiende-eeuwse lezeres’
Arjan van Leuvensteijn, 'Van ‘Wel edele gestrenge heer!’ tot ‘Hooggeachte veelgeliefde vriendinne’: aanspreekvormen in de briefwisseling van Betje Wolff en Aagje Deken’
nr. 2
Willem Frijhoff, 'Prins
Hendrik van Pruisen in de Republiek, 1768’
Gerrit Verhoeven, 'Les
délices de la Suisse: de invloed van de Nederlandse reisgids op de vroeg
achttiende-eeuwse beeldvorming van Zwitserland’
Louis Ph. Sloos, 'Argeloze
lezers van toen én nu: een ghostwriter van Frederik de Grote in Nederland
en de verspreiding van canards van Mes rêveries van Maurice de Saxe’
Jan Schillings, 'Nouvelle
Bibliothèque germanique (1746-1760): een atypisch geleerdentijdschrift’
Fred van Lieburg, 'Het
leven van Jacob Abas (1748-1787): een drieluik van jodendom, christendom
en Verlichting’
|