Call for Papers voor het jaarlijkse congres van de Werkgroep 18e Eeuw
28-29 januari 2011, Teylers Museum, Haarlem

De Oudheid in de Achttiende Eeuw

De Nederlandse achttiende eeuw is de afgelopen decennia op tal van terreinen voor het eerst aan grondig onderzoek onderworpen. Als gevolg daarvan is onze visie op zowel de Nederlandse verlichting als de Nederlandse politieke revoluties van de late achttiende eeuw ingrijpend gewijzigd. De rol van de Griekse en Romeinse oudheid is echter een opmerkelijke lacune in het recente onderzoek naar de Nederlandse achttiende eeuw gebleven. Het belang van de klassieken wordt alom erkend. Er wordt regelmatig gewezen op de lange doorwerking van het humanisme. Bovendien is er een aantal gedetailleerde studies over de doorwerking van de klassieken in de achttiende eeuw beschikbaar. Maar een omvattende behandeling van dit belangrijke thema is vooralsnog uitgebleven. Daarom is voor het congres van de Werkgroep 18e Eeuw in 2011 gekozen voor het onderwerp De Oudheid in de Achttiende Eeuw.

Hoofdthema’s van het congres zullen zijn:

1. De kennis over de oudheid. Hierbij kan gedacht worden aan het universitaire onderwijs en onderzoek, de geschiedschrijving, de beschikbaarheid van klassieke auteurs in de oorspronkelijke taal of in vertaling, en aan de behandeling van klassieke thema’s in de genootschappen.
2. De Nederlandse verlichting en de klassieken. Welke rol speelden klassieke schrijvers in het Nederlandse verlichtingsdenken?
3. Het politieke gebruik van de oudheid. Hoe belangrijk waren de klassieken in de Nederlandse achttiende-eeuwse politiek? De voorbeeldfunctie van de klassieke republieken. De prominente aanwezigheid van de klassieke exempla virtutis.
4. Culturele praktijken. Welke vormen nam de omgang met de klassieken precies aan? Hier passen onderwerpen als de veranderende aard van de Grand Tour in de achttiende eeuw, de vorming van collecties antieke objecten en de opkomst van een nieuw Bildungsideaal in de tweede helft van de eeuw.
5. De kunsten en de oudheid. Hoe belangrijk bleven de klassieken in schilderkunst, architectuur, toneel etc. Wat was de perceptie van de klassieken in het neoclassicisme van het einde van de achttiende eeuw?
6. De ouden en de modernen. Hoe verhield de Nederlandse achttiende eeuw zich tot de internationale Querelle des Anciens et des Modernes? Aan welke vormen van kritiek werd het klassieke erfgoed onderworpen?

Lezingen duren 20 minuten met 10 minuten voor discussie. Voorstellen kunnen worden gedaan door een abstract van maximaal 500 woorden (incl. referenties) voor 1 juli 2010 in te sturen naar Gijsbert Rutten via g.j.rutten@hum.leidenuniv.nl.

Een selectie van de papers kan gepubliceerd worden in het tijdschrift De Achttiende Eeuw.

Organisatie:
Claudette Baar-de Weerd, Lex Raat, Herman Roodenburg, Gijsbert Rutten, Wyger Velema.

 

 

Startpagina

Contact

Disclaimer