| |
Nicolaas de Groot
geboren: Utrecht 1752 overleden: Amsterdam 1816
Na de dood van Nicolaas' vader geraakte zijn moeder in de bedeling. Het was goedkoper voor de diaconie om haar zoon in 1766 in het Stad Ambachtskinderhuis te plaatsen dan hem bij haar te laten. Nicolaas zou instrumentmaker worden, maar er was geen bereidwillige baas, en daarom kwam hij pas in 1771, drie jaar na zijn entree in de Fundatie van Renswoude, bij een metselaarsbaas. Deze baas was tevreden maar had te weinig werk, zodat De Groot er dus niet genoeg leerde. Bij een andere baas deden zich dezelfde problemen voor. Intussen profiteerde hij zoveel mogelijk van Maurers lessen in bouwkundig tekenen.
In 1775 vertrok hij naar Amsterdam, waar hij als knecht nagenoeg in zijn onderhoud kon voorzien. Wel kreeg hij fundatiekleding en boeken, en geld voor tekenlessen bij een zekere Van Berkhey.
Maar ook in Amsterdam vielen de bazen als leermeester tegen: er was te weinig te doen en De Groot werd gebruikt voor werk waar hij niets van leerde, zoals voegen snijden. Het werd steeds moeilijker aan de slag te blijven, de recessie deed zich duchtig voelen. In 1778 schreef hij aan zijn vader Veerman dat hij zich schaamde “voor zijn geld- en radeloosheid door ’t lang ledig loopen veroorzaakt”. Per 1 mei zou hij uit de Fundatie worden ontslagen en hij moest dus zien iets te vinden. Hij kreeg f 60,-- met de belofte van nog f 300,-- zodra hij “bestendig” werk zou hebben, plus de kosten van zijn gilde-examen als metselaarsbaas. De Groot twijfelde tussen vertrek naar Sas van Gent, waar men metselaars nodig scheen te hebben, en vestiging in Amsterdam, waar hij door lesgeven inkomsten kon verwerven. Hij bleef in Amsterdam en begon met lesgeven in mathesis, geografie, en andere vakken die hij in de Fundatie had geleerd. In 1780 werd hij tweede boekhouder op een koopmanskantoor en was toen “voorzien van bestendig werk”. Hij kreeg zijn uitzet en later nog eens ƒ 105 extra wegens zijn “ander, schoon geheel divers etablissement”. Zijn kostbare proef als metselaarsbaas heeft hij nooit gedaan, want er was in dat beroep geen uitzicht op een goede positie. De Groot trouwde, bleef in Amsterdam en had nog lang contact met alumni die in Amsterdam kwamen wonen of werken. Hij overleed er in 1816.
|
Nicolaas de Groot, Metselaar, kwekeling van de Fundatie van Renswoude.
|
Bron:
M. Langenbach, Onbekend talent, Leerlingen vcan de Utrechtse Fundatie van Renswoude 1761-1795 (Zutphen 1991) |